Ellen, 51. Onze vaste plek in de Ardennen, al negen jaar dezelfde. Twee kinderen half groot geworden in die voortent. Ik hou van kamperen. Van buiten zitten tot het donker is, van kinderen die vies thuiskomen en het niet erg vinden.
Maar rond een uur of zes stond ik altijd in dat keukentje. Twee gaspitjes te dicht op elkaar, een koelbox waar niet veel meer in zat. En dan kwam die vraag.
Wat eten we vanavond?
Pasta. Weer.
“Elke avond weer die vraag. Op de camping is dat nog een graadje erger, want je hebt twee pitten en een koelbox.”
Ik dacht dat dat er nou eenmaal bij hoorde. Tot een ochtend in Frankrijk.
Ze kwam terug van de bakker op het terrein. Bij ons stond beschuit uit een pak, en het restje brood van gisteren dat al taai was.
Klein moment. Maar het bleef hangen. Want het is niet maar brood. Het is het verschil tussen je redden en echt vakantie hebben.
Vanaf die zomer ben ik het gaan proberen.
Een aluminium pan op de gaspit. Slim bedacht, maar hij bezet je enige vrije pit en bruinen doet hij niet.
Een oventje uit de kampeerwinkel. Van boven zwart, van binnen niet gaar. De broodjes kwamen er bleek uit.
Dus dacht ik: dan neem ik gewoon de airfryer van thuis mee. Die bakt tenminste wél.
Dat was geen goed idee.
De airfryer aan, de waterkoker stond ook nog aan, en het werd donker. Niet alleen bij ons: vier plekken hingen aan één groep.
Dan loop je dus in de schemering naar de receptie. En iedereen weet wie het was.
Die vakantie heb ik hem niet meer aangezet. Op vakantie lever je in op eten, dacht ik.
Drie weken weg is eenentwintig keer avondeten. En dat valt altijd op dezelfde persoon. Bij ons op mij.
Terwijl iedereen buiten zit, sta jij in de hitte twee pannen tegen elkaar aan te duwen. En daarna nog de afwas, in een bak, met water dat je hebt moeten halen.
“Voor 5 koken op 2 pitjes in de hitte… Wij hebben inmiddels de luxe van een eigen huisje. Maar dat is niet iedereen gegeven.”
Hij stond er die eerste avond een beetje ongeloofwaardig bij. Geen merk uit de kampeerwinkel. Ik bestelde hem met weinig verwachtingen: de Safecourt Poweroven.
Wat er anders aan is, in gewone taal: hij is gemaakt om op een campingaansluiting te draaien. Hij vraagt minder stroom dan de paal je geeft, dus er klapt niets uit.
En het is geen speelgoedoventje. Er past een hele kip van twee kilo in, of twee niveaus broodjes tegelijk. Binnenin zit geen antiaanbaklaag, alleen staal en glas.
Tien minuten, meer was het niet. De kinderen kwamen uit zichzelf uit de tent en de buurman kwam vragen waar die lucht vandaan kwam.
Dat was mijn mandje.
Ik sta niet meer om zes uur in dat keukentje met die vraag. Ik zet iets in de oven en ik ga zitten.
Ik ben geen verkoper, dus ook even het minder leuke deel.
30 bij 30,5 bij 32 centimeter, vijf kilo. Onderweg gaat hij in het kastje, maar tijdens gebruik tien centimeter vrij houden. Dus op tafel of het aanrecht, niet in een kastje.
Twaalf liter, dus een hele kip van twee kilo, of twee niveaus broodjes tegelijk. Met z'n tweeën staat alles in één keer op tafel. Met vijf man kook je in twee rondes: eerst de kip, dan de ovenfriet erin terwijl het vlees staat te rusten. Bij ons heeft nog nooit iemand zitten wachten.
Verder is het gewoon een oven die meegaat in de caravan, en die de rest van het jaar bij mij thuis op het aanrecht staat.